Tags

,

In de nieuwe blogserie Meeleesbrieven schrijven Nienke en Kim elkaar digitale brieven. Jij, als postfabrieklezer, mag meelezen. De aanleiding voor de blogserie lees je bij de eerste brief; hier. Wil je alle brieven lezen? Kijk dan hier.

Pijnacker, 24 juni 2020

Lieve Nienke,

Het is 2020. Het is zelfs al juni 2020. In heel 2020 schreef ik geen blogs. In heel 2020 schreef ik misschien een handjevol brieven. De woorden zaten verstopt. Elke keer als ik ervoor ging zitten, kon ik ze niet vinden. In navolging van de woorden, verstopte ook het plezier zich. Vervolgens verdween het vertrouwen. Het hart was er nog wel, maar kon ik steeds minder goed horen. En uiteindelijk, tot slot, was ook mijn energie er vandoor. Nu ben ik even gestopt met al het moeten om op zoek te gaan naar het willen. En wat ik heel graag wil, is deze brief schrijven aan jou.


Het lezen van jouw brief vond ik heerlijk. Wat mij betreft heeft een digitale brief een heleboel van de kenmerken van een brief op papier, als je het schrijven op dezelfde manier aanpakt. Het is nog steeds een stukje tijdreizen, waarbij terwijl jij aan mij schrijft ik een beetje bij jou ben en als ik je brief lees, jij weer een beetje bij mij. Ik probeerde jouw brief dan ook net zo bewust te ontvangen als wanneer ik er eentje krijg op papier. Ik las hem niet direct toen hij online kwam, maar ging er echt even voor zitten later op de dag. Ik nam er iets te drinken bij, koos een moment waarop ik niet gestoord ging worden, en las jouw brief. Als ik een brief lees dan komen de woorden van het papier tot leven. Ze vormen samen een filmpje in mijn hoofd, soms is het een filmpje van iets wat de ander beschrijft, maar als ik de ander goed ken kan het zelfs een filmpje worden waarbij het is alsof de ander tegen me praat. Jou ken ik goed, ik ken je stem, je mimiek, je manier van praten, je huis. Ik hoor jou de brief voorlezen in mijn hoofd, ik zie je de trap aflopen om te kijken wat de brievenbus liet klepperen, ik ken je nieuwsgierige blik en hoe je ogen oplichten. Uiteindelijk had ik bij het lezen van jouw brief niet eens meer door dat hij digitaal was, maar voelde het als een vertrouwd momentje met Nienke.

Als kind was ik dol op fantaseren en maakte ik hele verhalen in mijn hoofd. Het boek Max en de Maximonsters was dan ook één van mijn favorieten. We hadden het zelf niet, maar hebben het oneindig vaak geleend bij de bibliotheek. Het kunnen maken van reizen naar andere werelden, zonder je lichaam te hoeven verplaatsen, vond ik magisch. Brieven schrijven is dat ook voor mij: het verkennen van andere levens, werelden, plaatsen, hoofden, zonder me ooit te hoeven verplaatsen. We hebben het er vaker over gehad, jij en ik. Hoe er reislustige mensen bestaan die een kleurrijk leven leven door de wereld te verkennen met hun lichaam, waar jij en ik die behoefte eigenlijk niet hebben. We zoeken het avontuur meer in het klein en maken reizen met de woorden die we opschrijven en ontvangen en ervaren zo een regenboog aan kleur op onze eigen schrijfplekjes.

Vorige week beleefde ik wel een echt avontuur, jij vroeg hoe het was en ik beloofde je er over te schrijven. Ik klom een boom in, een enórme beuk. Ik klom omhoog naar 15 meter hoogte. Gezekerd, dat wel. Het klimmen deed ik geblinddoekt. Wat me opviel, was dat het klimmen met een blinddoek op me gemakkelijk af ging. Ik moest vertrouwen op de tast, op mijn gevoel, op mijn andere zintuigen. Ik merkte dat ik geen enkele angst voelde. Er was geen seconde waarin ik twijfelde aan mijn kunnen, waarin ik bang was mis te stappen. Het ging zo vanzelf, dat dat tegelijkertijd een gevaar was. Ik merkte dat ik erg snel ging daardoor en dacht ineens: waarom eigenlijk? Ik vertraagde en deed dat toch te laat. Voor ik helemaal boven was, klopte mijn hart zo hard van de inspanning, dat ik helemaal duizelig werd. Achteraf gezien is het tekenend, voor mij, voor waar ik nu ben. Ik durf veel meer te vertrouwen op mezelf en ga vervolgens te hard. Heb jij daar niet eens iets over gezegd? Ik weet niet precies meer wat. Iets over nieuwe vaardigheden en deze dan nog niet beheersen? Volgens mij had je er een mooie vergelijking of metafoor voor? Bovenin de boom had ik fijne gesprekken met een vriend en even letterlijk een ander perspectief op de wereld. Al moet ik zeggen dat deze gekke tijden sowieso al nieuwe perspectieven met zich mee brengen, herken je dat?

Uiteindelijk abseilde ik de boom uit. Vorig jaar augustus was ik ook omhoog geklommen, maar toen durfde ik me niet te laten hangen bij het naar beneden gaan. Ik klom zelf weer omlaag. Ik merkte dit keer op dat die angst volledig weg was, ik hing en ik ging. Vannacht droomde ik over een vlinder van meters groot, zijn vleugels waren reuzenbladeren en zijn poten waren boomtakken. Ik raakte verstrikt toen hij zich oprolde als tot een cocon, maar bang was ik niet en toen ik niet probeerde weg te komen, liet de vlinder me gewoon weer gaan.

Wat was de laatste keer dat jij bij jezelf merkte dat er iets veranderd is in wie je bent, wat je kunt en wat je durft? Waar was je toen?

Liefs,
Kim

Facebooktwitterredditpinteresttumblrmail