
Wie ons al wat langer volgt, kent vast de blogs waarin we terugblikken op het afgelopen jaar. In mijn laatste terugblikblog vertelde ik over 2022. Vanaf daar pak ik de draad weer op. Weet jij nog wat je in 2023 hebt gezien, gevoeld, beleefd en geleerd? Voor mij was 2023 het jaar van heel veel vallen en steeds weer moed vinden om weer op te staan. Ik vertel je erover in dit blog. Lees je mee?
In mijn persoonlijke blog over 2022 vertelde ik dat ik op een dag een torentje van kiezelstenen vond. Dit torentje stond niet ver van het bankje waar ik iedere morgen een broodje at. Iemand had de stenen daar opgestapeld en achtergelaten. Toen ik de volgende dag naar het bankje wandelde, zag ik dat de bovenste stenen op de grond lagen. Ik heb ze bij elkaar geraapt en opnieuw opgestapeld. De dag daarna lagen álle stenen los van elkaar in het mos. Terwijl ik de stenen een voor een op elkaar stapelde om een nieuwe toren te bouwen, besefte ik dat mijn leven voelde als dat stapeltje stenen. Keer op keer had ik een nieuwe toren gebouwd om de stapel vervolgens weer omgegooid te zien worden.

Ik sloot dat blog af met: ‘Dat torentje van kiezelstenen waar ik dit blog mee begon, bouw ik weer steentje voor steentje op. En dat voelt heel kwetsbaar, vooral als de toren instort en ik opnieuw moet beginnen. We moeten ons verhaal dan bijstellen, omdat het buiten onze macht om herschreven wordt en onze horizon verlegd is.’ Aan het begin van 2023 vertelde ik iemand over mijn toren die voor de zoveelste keer omver gemept was. We waren het er over eens dat dit soms de hardste klappen zijn; de klappen die je te verwerken krijgt als je nét hoop had gevonden.
Het eerste jaar na een niertransplantatie ga je regelmatig terug naar het ziekenhuis waar de operatie is uitgevoerd. De eerste tijd is dat wekelijks en na verloop van tijd zit er meer tijd tussen de controles. Het precieze verloop hangt af van hoe het met je gaat. Omdat mijn vriend ook herstellende was van een andere operatie, gingen we langer dan een jaar om de paar weken naar het UMCG. Op zo’n terugkomdag meld je je ‘s morgens bij de prikpoli en zie je een nefroloog zodra de eerste uitslagen binnen druppelen. Andere afspraken en vervolgonderzoeken worden zoveel mogelijk op dezelfde dag gepland. Op sommige dagen bezochten we meerdere afdelingen.
Terugkomdagen brachten duidelijkheid én onzekerheid. We hoorden wat er op echo’s of scans te zien was en over een heleboel cijfertjes. Door die uitslag voelden we ons vaak opgelucht en bezorgd tegelijk. Je wist dan bijvoorbeeld dat de nierfunctie goed was, maar ook dat er daarnaast iets niet in orde was. Of we reden na zo’n dag met een blij gevoel naar huis om vervolgens thuis gebeld te worden door een arts. Dan had je je naasten net op de hoogte gebracht en kon je daarna opnieuw het rijtje af om te vertellen over een plotwending. Dat ervaarde ik als een spagaat, omdat ik zelf ook niet goed wist ‘hoe het gaat’ of wat we kunnen verwachten.
Snot
In mijn persoonlijke blog over 2022 vertel ik over De Verwondering Podcast, om precies te zijn over de aflevering met Roek Lips. De toen achttienjarige zoon van Roek verdween ruim tien jaar geleden in zee aan de Spaanse kust. Zijn lichaam werd nooit gevonden. Roek vertelt over een periode van intense rouw. Aanvankelijk heeft hij een tijd niet gewerkt. Hij heeft ervoor gekozen om de tijd te nemen en na te denken: hoe ga ik me weer tot het leven verhouden wat in geen enkel opzicht meer vanzelfsprekend is.
Geraakt door zijn verhaal en woorden, las ik zijn boeken en ontdekte een andere podcast waar hij te gast was: Nooit Meer Slapen. Daar vertelde Roek over die periode van intense rouw. Over dat je ineens iemand anders bent en dat het lijkt alsof je weer opnieuw op zoek moet naar je identiteit. Hij leerde in die tijd hoe belangrijk het is en hoe het hem heeft geholpen om met mensen het echte gesprek aan te gaan. En samen op zoek te gaan naar de woorden waarvan eigenlijk iedereen op dat moment tegen hem zei: ‘Hier zijn geen woorden voor.’ Volgens Roek komt dat omdat het nog niet gedefinieerd is, en dat dat ook nog niet kan. Hij leerde van Willem Beekman dat je moet uitkijken voor mensen die zeggen dat ze het al weten. Die kwam met het beeld van hoe een rups een vlinder wordt, en de fase van een cocon die daartussen zit. Als kind heeft Willem weleens zo’n cocon opengemaakt, om te kijken hoe ver het was. En toen kwam de verbazing: hij vond geen rups maar ook geen vlinder. Snot noemt hij dat, wat je dan tegenkomt.
De binnenkant van die cocon bevat niets anders dan snot, een groen-bruinachtig spulletje. Er is geen rups én nog helemaal geen vlinder; het is een tussenstadium waarin alles is vergaan. Het oude is weg, maar het nieuwe is er nog niet.
Willem Beekman in ‘Wie kies je om te zijn’
Roek is sinds dat verhaal van het woord ‘snot’ gaan houden en dat een belangrijk beeld gaan vinden, ook voor onze tijd. ‘Het oude kennen we maar het nieuwe kunnen we nog niet kennen, want daar gaat echt nog een hele lange tijd overheen voordat zich dat gaat uitkristalliseren. En in de tussentijd zitten we eigenlijk een beetje in het snot met elkaar. Waar het nog niet gedefinieerd kan worden, wat ook niet herkenbaar is. Waarvan het eigenlijk een beetje een ratjetoe is van een aantal dingen waarmee we met elkaar zitten aan te modderen en daar hebben we het ook mee te doen.’ Poeh, dat vind ik zó mooi verwoord en heel herkenbaar ook.
Bankje
In 2023 ben ik heel wat ochtenden naar het bankje gewandeld waar ooit het torentje van kiezelstenen stond. Dit bankje heeft voor mij een speciale betekenis gekregen en is me dierbaar. Ook vind ik het beeld van een bankje iets geruststellends hebben, het troost me. Dat gevoel beschrijft Uus Knops heel mooi in dit fragment. Ze schetst het beeld van ons leven als pad, een levenswandelpad. En naast dat pad staat een bankje. Iemand voor wie het allemaal heel erg lastig wordt door een overlijden van een dierbare kan even niet meer mee op zijn levenspad en gaat op dat bankje zitten. Uus legt uit dat wij daarvoor kunnen gaan staan en zeggen: ‘Goh, kom.’ En dan een beetje aan die persoon trekken. ‘Kom. Zet u recht. ‘t Gaat wel beter. Tijd heelt alle wonden. Denk aan de goede dingen die je nog hebt.’ Maar hoeveel mooier en waardevoller is het om naast die persoon op dat bankje te gaan zitten en te zeggen: ‘Pfff! Wat afschuwelijk.’
Golven
Het waren golven die mijn torentje van kiezelstenen steeds weer omgooiden. Golven in de vorm van een onverwachte opname, een virus of een uitslag die tegenviel. Maar ook golven van verdriet om ons leven dat in geen enkel opzicht meer vanzelfsprekend is en om hoe leeg mijn handen voelden. Golven die mij opnieuw van het pad duwden en terug naar het bankje brachten.
Manu Keirse vertelt erover in deze aflevering van ‘Mijn Psycholoog Zegt…’. Hij legt uit dat het in vlagen op mensen afkomt. Vlagen van verdriet waar je niets tegen kunt doen, het overspoelt je in golven. ‘Ga eens in de zee staan en probeer dan met je handen de golven tegen te houden. Dat lukt echt niet. Die golven overspoelen jou.’
Het overspoelt, op onverwachte momenten, het slaat de grond onder je vandaan. Het zijn letterlijk golven. Die komen en gaan. Die golven overspoelen me nu al weken. Dat is anders dan in het begin, toen het vooral de paniek was die ook verdoofde en een kracht opriep die me in staat stelde zelfs zonder nachten slaap naar bed buitenwereld toe alert te reageren, in staat om het aanspreekpunt te zijn. Dat is nu anders. Doodmoe. Een gevoel dat zelfs met lange nachten slaap niet zal verdwijnen. Het zijn golven die me steeds omverduwen, op zo’n moment dat ik het idee heb weer een beetje op mijn benen te staan. Soms voel ik het aankomen, maar meestal is het een overval.
Roek Lips in ‘Het boek Job’
Hartruimte
Met mijn bij elkaar geraapte kiezelstenen ging ik naar iemand die mij iets waardevols leerde. Aan haar eettafel voelde het alsof we samen op het bankje naast het pad zaten. Ik zag haar haren verdwijnen en afscheid nemen van wat ooit vanzelfsprekend had gevoeld. Poeh, wat kan het leven toch keihard en oneerlijk zijn. In haar eigen woorden: ‘Het blijft rouw en verlies he? Pijnlijk verwonderlijk kostbaar soms. En soms gewoon RAUW. En niets moois aan ofzo.’ Samen zochten we naar woorden. En er ontstond ruimte. Hartruimte.
Soms voelen rouw en pijn als een soort ontsluitingsweeën in het hart. Je lijkt het niet aan te kunnen, en toch kom je er doorheen. Er ontstaat ruimte. Hartruimte. Misschien vergroten we met rouwarbeid wel de bandbreedte van wat we aankunnen aan pijn en angst enerzijds, en liefde anderzijds. Er ontstaat ruimte, een container, die zich geleidelijk vult met vertrouwen. In dat we het leven misschien wel gewoon zouden aankunnen. Of zelfs nog dieper durven te springen.
Susanne Duijvenstein
Daar, naast haar op het bankje, leerde ik nog dieper durven springen. Zij liet zien dat je laagje voor laagje kunt verliezen en dat daarmee niet alles verloren is. Dat gaf moed op de momenten dat ik dacht het niet langer aan te kunnen. In het fragment dat je hieronder kunt bekijken, zegt Marietta Petkova: ‘Klankruimte is in feite hartruimte. Die dragen we eigenlijk overal met ons mee.’ Misschien is dat wat ik naast mijn lege handen sterker voel.
Begin september hoorden we dat mijn vriend stabiel genoeg was om voor controles naar een ziekenhuis dichterbij te gaan. Dat betekent overigens niet dat we helemaal niet meer naar het UMCG hoefden te gaan. Daarover lees je binnenkort meer in een ander blog waarin ik vertel over de jaren en gebeurtenissen die volgden.
Met heel veel liefs,
Nienke
PS In dit blog verwijs ik naar verschillende boeken en kies er soms voor om je naar bol.com te verwijzen omdat je daar soms een inkijkexemplaar vindt. Mocht je van plan zijn om een boek te bestellen, zou ik je willen vragen om dan aan je plaatselijke boekhandel te denken.

Dank voor je aanvulling op je hoop stenen. Voor zover ik je ken ben je een vechter die blijft bouwen en ook anderen daarin ondersteund. Groet. Hans
Hans! Wat een verrassing om een berichtje van jou onderaan mijn blog te vinden! Fijne woorden om te ontvangen, dankjewel voor je reactie én dat je mij zo zíet. Lieve groet, Nienke
❤️
❤️