Tags

, ,

Nienke met haar vriend in 2024

Wie ons al wat langer volgt, kent vast de blogs waarin we terugblikken op het afgelopen jaar. In mijn laatste terugblikblog vertelde ik over 2023. Nu maak ik een sprong naar 2025, maar praat je ook kort bij over 2024. Deze periode ging voor mij over klappen verwerken die harder aanvoelden omdat ik nét hoop had gevonden. Maar dit was ook de periode waarin ik me opnieuw tot het leven probeerde te verhouden en opkrabbelde. Ik vertel je erover in dit blog. Lees je mee?

2024

In mijn persoonlijke blog over 2023 kon je lezen over mijn torentje van kiezelstenen, de snotfase, een bankje naast een levenswandelpad, golven die mijn torentje steeds weer omgooiden en hartruimte. Om je over mijn 2025 te kunnen vertellen, moet ik je misschien eerst even bijpraten over 2024. 

Toen mijn vriend stabiel genoeg was om voor controles naar een ziekenhuis dichterbij te gaan, maakten we kennis met de Hengelose MDL-arts. Hij zei dat hij ons even uit het ziekenhuis wilde houden. Hij stelde voor om een volgend onderzoek vooruit te schuiven voor onze rust. Dat klonk zo goed! Helaas werden er tijdens een controleafspraak bij een andere specialist afwijkende getallen ontdekt waardoor de spanning en onzekerheid bleef. We voegden vervolgens een nieuwe specialist toe aan het rijtje. 

Ook raakten we betrokken bij iets waar we helemaal geen deel van wilden uitmaken. Een buurtbewoner die al langer ‘onbegrepen gedrag’ vertoonde, viel ons ineens persoonlijk aan. Dat liep zo uit de hand dat de woningbouw een noodwoning voor ons regelde. Ons eigen huis was niet langer veilig. We hebben daardoor acht maanden lang in een nachtmerrie geleefd. 

2025

Eind februari verhuisde die buurtbewoner en in maart leverden wij de sleutels van onze noodwoning in. Kort daarna kwam een onverwacht telefoontje uit Groningen. Slecht nieuws: de CEA-waarde was hoog en snel gestegen. We reden verschillende keren naar Groningen waar naar de oorzaak werd gezocht. In afwachting van nog een laatste onderzoek gebeurde er iets waarvoor we naar de spoedpost van ons eigen ziekenhuis gingen. Een paar uur later belandde mijn vriend op de IC. Het was kantje boord. 

Pas als je omdondert, leer je opstaan

’Omdonderen: het is misschien wel een voorwaarde voor veerkracht’ en ‘Veerkrachtlessen komen immers pas ná het moment dat je ze het hardst nodig hebt’ schreef Lisanne van Sadelhoff. En wij donderden keihard om. Daar zaten we, terug op het bankje naast het levenswandelpad. Mijn vriend moest herstellen van zijn IC-opname en ik was op van alle stress en slechte nachten. Ik voelde me het meisje dat in de afgrond viel uit ‘Wat niemand had verwacht’. 

Lisanne van Sadelhoff schreef ‘We zullen doorgaan’, een boek over een hoopvolle zoektocht naar veerkracht. Zij ploos daarvoor maandenlang andermans lessen uit over hoe je vanuit een diep dal een laddertje vindt waar je aan omhoogklautert. Mensen boden hun zielenroerselen gratis aan, wetenschappers hun kennis en publicaties. Lisanne bleek deel uit te maken van een heel leger aan worstelende weerbaarheidszoekers. Ze zou zo graag een lijstje maken, geen ingewikkelde Ikeahandleiding die bij voorbaat al gevloek oproept, nee, gewoon: een simpele opsomming van wat ze haar leerden, genummerd en op volgorde van belangrijkheid en behulpzaamheid en daarachter het slagingspercentage. ‘Dit moet je doen en dan dit en dan dit en dan heb je je veerkracht te pakken en de groetjes.’ Maar zo werkt het niet. Haar redacteur zei daarover zo mooi: ‘Al deze mensen lijken samen een puzzel te leggen.’ 

In een artikel voor De Correspondent schrijft Lisanne: ‘Wie in mentale of fysieke nood verkeert, helpt zichzelf door erachter te komen: wat zijn mijn goede duwtjes?’ Ik startte mijn eigen zoektocht naar verkracht en ging op zoek naar goede duwtjes en puzzelstukjes.

Herstellen

In ‘Stervelingen’, een boek van Fokke Obbema, las ik over Margrite Kalverboer die op achtendertigjarige leeftijd gedwongen werd haar sterfelijkheid onder ogen te zien. Het bleek dat ze tumoren had – haar halve lever en een stuk alvleesklier moesten eruit. Na een geslaagde operatie volgt een revalidatie die ze omschrijft als het zwaarste wat ze ooit heeft gedaan. Fysiek, maar zeker ook geestelijk. 

Zodra je weer rechtop staat, denkt je omgeving dat het voorbij is. Terwijl voor mij het toen pas begon: hoe ben ik hier terechtgekomen?

Margrite Kalverboer in ‘Stervelingen’
Nienke in 2025

Mijn vriend leefde nog. We woonden weer in ons eigen huis. De buurtbewoner die ons had lastiggevallen woonde niet meer in dezelfde straat. We probeerden ons leven op te pakken, maar hoe doe je dat als niets meer vanzelfsprekend voelt? Daar worstelde ik enorm mee. De fase van de cocon was nog niet voorbij, we zaten nog steeds in het snot. 

Tussenruimte
Er is geen ‘normaal leven’ meer om naar terug te keren. Het nieuwe leven is er nog niet. Er is geen terug, noch een vooruit.

Verlieskunst

Opnieuw tot het leven verhouden

Herstellen van een IC-opname is andere koek dan herstellen van een griepje. Dat wist ik nog van een eerdere ervaring, maar ik realiseerde me dat nog meer toen er een brief over nazorg op de mat viel. Het is niet alleen een langdurig proces voor de patiënt zelf, maar ook voor directe naasten. Daarbij moest ik leren om me weer veilig te voelen in en rondom ons eigen huis. Én deze vervelende gebeurtenissen kwamen bovenop al het andere dat we eerder al op ons bord kregen. 

Mijn goede duwtjes vinden was nog niet zo makkelijk. In andere moeilijke periodes vond ik bijvoorbeeld troost in wandelen. Dan liep ik ‘s morgens zo vroeg mogelijk in mijn eentje naar het buitengebied. Maar na alles wat we hadden meegemaakt, durfde ik dat niet. Schrijven werkte altijd als een reddingsboei. Als ik me verdwaald of verloren voelde, had ik altijd mijn woorden nog. Nu waren mijn woorden zoek. Zelfs praten en berichtjes uitwisselen ging moeizaam. Waar mijn woorden altijd spontaan begonnen te stromen, voelde het ineens traag en stroperig. 

We vierden alles dat lukte, ook als het babystapjes waren. Het begon bij op het bankje in de voortuin zitten of alleen naar de brievenbus wandelen. Iets later bezochten we andere steden en gingen een paar dagen weg. Het was fijn om te voelen dat hier langzaamaan ruimte voor ontstond. Én het was keihard werken.  

Het is heel veel praten. Ik was dóódmoe de eerste weken dat ik weer aan het werk was. Met iedereen ga je weer een eerste ontmoeting als het ware aan. En moet je weer bijpraten, maar er moet ook weer gewoon gewerkt worden en weer beslissingen genomen worden.

Roek Lips in De Verwondering Podcast

Ik hoorde Roek Lips in De Verwondering vertellen over hoe hij in een periode van intense rouw met iedereen als het ware weer een eerste ontmoeting aanging. Zo ervaarde ik dat ook.

Rouw en Google Maps

In ‘Zien in het donker’ vertelt Babet te Winkel over neurowetenschapper Mary-Frances O’Connor die rouw als eerste met fMRI-scans onderzocht en allerlei hersengebieden ontdekte die bij rouw betrokken zijn. Zij legt rouw uit als een leerproces. Ze geeft als voorbeeld: als je ‘s nachts dorst hebt en in het donker je keuken in loopt en je keukentafel is weg. Op het moment dat je je zou moeten stoten aan de tafel, voel je… niks. De afwezigheid van iets trekt je aandacht. ‘Wat gek is – normaal gesproken denk je juist dat het iets is dat je aandacht trekt – hoe kan nu niets je aandacht opeisen?’ Op dat moment loop je in twee werelden tegelijk rond: naast de fysieke, tastbare wereld is er ook de wereld die een breinkaart is van de virtuele realiteit. Die breinkaart van de virtuele realiteit wordt volledig in je hoofd ontworpen, wat ervoor zorgt dat je je vrij gemakkelijk in het donker door je huis kunt bewegen. Je vertrouwt op je breinkaart omdat het veel minder moeite kost om met deze kaart door de wereld te lopen dan door je huis te lopen alsof je er voor het eerst bent.

Babet legt uit: We gebruiken deze mentale kaart, een soort Google Maps in ons hoofd, ook om te weten waar de voor ons belangrijke mensen zich bevinden. ‘Om te rouwen is het nodig om te leren leven in een wereld waarin diegene die je zo liefhebt ontbreekt. Voor je brein betekent dit dat je geliefde tegelijkertijd zowel verdwenen is én altijd aanwezig.’ Je brein werkt met ervaringen die gebaseerd zijn op doorleefde ervaring. Dus doordat je brein blijft constateren dat je geliefde er niet is, doe je leerervaringen op en actualiseert je brein langzaam de kaart. Je brein past zich niet op basis van één ervaring aan, maar baseert zich op waarschijnlijkheid en voorspelbaarheden. Daarom moet je de leerervaring vaak opdoen, keer op keer op keer. En dit gebeurt niet altijd bewust, net zoals zoveel processen in lichaam. 

Sinds ik het boek van Babet gelezen heb, zie ik voor me hoe ik werk aan een nieuwe versie van mijn Google Maps. Keer op keer op keer breng ik veranderingen aan. Eigenlijk leer ik van alles opnieuw. Niet gek eigenlijk, dat ik me zo moe voelde.

Leuk om te weten: over Babet te Winkel kan je ook lezen in de blogs over Verlieskunst en Verlieskaarten.

Lopende verdrieten én bakens vol wijsheid

Lisanne van Sadelhoff schreef een heel mooi artikel over veerkracht voor De Correspondent. Daarin vertelt ze over het moment dat ze na een interview naar huis rijdt. Ze had zojuist een vader en moeder geïnterviewd die hun dochter en haar ongeboren kind waren verloren. Tijdens die terugrit hoorde ze zichzelf meezingen met de radio. Ze kan zich zelfs herinneren dat ze meezong met ‘Happy Ending’ van Mika omdat ze dat bij thuiskomst nog neergekrabbeld had in haar aantekeningen. Want het voelde gek dat ze zo had gezongen, vrolijk was en lichtheid ervoer terwijl ze net uit de zwaarte kwam. Hoe kon dat?

Het kwam niet door de lentezon in die periode. Het was geen relativering dat haar ellende best meeviel met het meervoudige leed dat anderen soms ten deel viel. Het was geen opluchting dat zo’n zwaar interview erop zat. Het was hoop. Ze zag inderdaad twee lopende verdrieten, maar ook twee lopende bakens vol wijsheid, wilskracht en voorzichtige levenslust. Mensen die hun kind verloren maar die tegelijkertijd in staat waren elkaar en de liefde te blijven vasthouden.

Het was niet zo dat ik vrolijk werd van andermans malheur, zoiets zou sadistisch zijn, maar wat me vrolijk maakte, was hoe die mensen omgingen met hun sores. Ik leerde veel van ze.

Lisanne van Sadelhoff in ‘We zullen doorgaan’

Terpen en puzzelstukjes

Nienke in 2025

Kim schreef in haar meest recente brief aan mij over bootjes, varen en eilandjes onderweg. Het beeld dat ik al lezend voor me zag, ging over in een beeld dat ik me eerder aan de hand van andermans woorden had gevormd. In mijn meest recente brief aan haar deelde ik daarom woorden van Harry Kunneman die ik in een boek van Roek Lips had gelezen. 

De filosoof Donald Schön heeft voor onze tijd de metafoor gebruikt van hoge gronden en moerassige laaglanden. De hoge gronden staan voor stevigheid, veiligheid, macht, controle en overzicht. Het moerassige gebied is waar je het houvast dreigt kwijt te raken, waar crisis dreigt, waar je onzeker wordt en waar je oude repertoire ineens niet meer werkt. Waar je snel met anderen in een dynamiek raakt die uit de hand kan lopen. Vaardigheden en kennis gekoppeld aan die ‘hoge gronden’ staan bij ons op de voorgrond, maar ‘moeraskunde’ is iets waar veel minder aandacht voor is. Ook als er op persoonlijk niveau iets grondig misgaat, kun je in dat moeras terechtkomen. Dan is er geen vaste grond meer en moet je op zoek naar waar je weer houvast kunt vinden. Wat ik een magische gedachte vind, is dat er zelfs in moerasgebieden toch ook altijd terpen kunnen opdoemen. Plotseling heb je diep contact met iemand die getuige is van jouw ellende, of omgekeerd: heb jij dat met iemand die in de ellende zit.

Harry Kunneman in ‘Wie kies je om te zijn

In de snotfase ving ik soms een glimp op van hoe ik verzamelde puzzelstukjes kon toepassen. Dat gaf houvast. De veerkrachtlesssen die kwamen na het moment dat ik ze het hardst nodig had, werden terpen in mijn moerasgebied. Ik deel mijn puzzelstukjes omdat er misschien ook stukjes tussen zitten die jij aan jouw puzzel kunt leggen. Als jij je nu ook in een moerasgebied bevindt, weet dan dat je deel uitmaakt van een heel leger aan worstelende weerbaarheidszoekers. 

Met heel veel liefs,

Nienke

PS In dit blog verwijs ik naar verschillende boeken en kies er soms voor om je naar bol.com te verwijzen omdat je daar soms een inkijkexemplaar vindt. Mocht je van plan zijn om een boek te bestellen, zou ik je willen vragen om dan aan je plaatselijke boekhandel te denken.